|
|
VO2MAX
VO2max is de maximale hoeveelheid zuurstof die door een sporter
wordt verbruikt gedurende één minuut op zeeniveau. Het
zuurstofverbruik heeft een rechtlijnig verband met het
energieverbruik. Dit wil zeggen dat wanneer het zuurstofverbruik
wordt gemeten, er onrechtstreeks ook de maximale capaciteit van
een sporter om aërobische inspanningen te leveren wordt gemeten.
95% van de inspanningen van een duursporter bestaat uit een
aërobe inspanning. Hoe hoger de VO2max, hoe meer aanleg of
talent een sporter heeft als duursporter.
Waardoor wordt de
VO2max beïnvloed?
Elke cel verbruikt
zuurstof om voedsel (koolhydraten, vetten) om te zetten in ATP
en zo in energie. Spiercellen die worden samengetrokken vragen
heel veel ATP. Die spiercellen eisen dan ook heel veel zuurstof
tijdens de inspanning. Hoe sneller de spieren moeten
samentrekken, hoe groter de zuurstoftoevoer naar die spieren
wordt. Die spiervezels zijn afhankelijk van twee zaken om de
zuurstof te kunnen opnemen en om te zetten in energie: ten
eerste moet een sporter over een zeer goed cardiovasculair
systeem bezitten (= we moeten een goede pomp hebben die het
bloed krachtig en constant naar de spieren kan brengen) en de
zuurstofopnamecapaciteit van de spieren moet zeer goed
ontwikkeld zijn. De zuurstofopnamecapaciteit wordt bepaald door
de rijkheid aan mitochondriën in de spieren.
Verschillende experimenten zijn tot de vaststelling gekomen dat
de VO2max niet gelimiteerd wordt door het zuurstofverbruik, maar
door de zuurstoftoevoer. De mogelijkheid van de spieren om
zuurstof te verbruiken is groter dan de mogelijkheid van het
hart om zuurstof aan de spieren te leveren. Een gemiddelde man
heeft tussen de 30 en de 35kg spieren, maar slechts een deel kan
op een bepaald moment doorbloed worden. Het hart kan niet én
alle spieren voorzien van bloed én de bloeddruk onderhouden. Er
is bewezen dat de spieren na training tot 300% meer zuurstof
kunnen opnemen, maar de VO2max van een sporter wordt helemaal
niet zo extreem verhoogd door trainingsaanpassing. Er is wel
een lineair verband tussen het slagvolume van het hart (= de
hoeveelheid bloed die het hart per hartslag kan doorsturen) en
de VO2max. Hoe groter het slagvolume, hoe meer zuurstof er kan
geleverd worden en hoe groter de maximale zuurstofopname van de
spieren dan ook kan zijn. Het hart past zich aan een training.
Zo zal ook het slagvolume bij duursporters na training sterk
toenemen waardoor ook de VO2max toeneemt. Eigenlijk is het
logisch dat het maximale zuurstofopnamevermogen beperkt wordt
door de zuurstoftoevoer. Zuurstof dat niet geleverd wordt aan de
spieren, kan door die spieren natuurlijk ook niet gebruikt
worden!
Verband tussen zuurstofopnamevermogen en anaërobe drempel.
Om de aanleg of talent van een sporter te kennen, is het van
belang dat de VO2max wordt gemeten. Tijdens een inspanningstest
krijgt de sporter een mondstuk en wordt de neusademhaling
geblokkeerd. Het mondstuk staat in verbinding met een machine
die de ingeademde en de uitgeademde lucht registreert gedurende
de ganse inspanningstest. In het begin van de test moeten de
spieren nog maar weinig inspanning leveren en zal de nood aan
zuurstof laag zijn. Er wordt dan ook weinig zuurstof uit het
bloed onttrokken. Wanneer de belasting echter zwaarder wordt,
moeten de spieren ook sneller samentrekken waardoor de nood aan
zuurstof danig wordt verhoogd.
De
zuurstofopname geeft op een grafiek een lineair verband aan met
de belasting. D.w.z. dat de grafiek die bekomen wordt na de
berekening door de computer gelijkmatig stijgt zoals een rechte.
Op een bepaald punt zal echter de toename aan wattage niet meer
leiden tot een gelijkmatige toename in zuurstofopname. De
grafiek geeft een duidelijke buiging weer. De hartslag bij het
punt waar die buiging zich voordoet komt overeen met de anaërobe
drempel die op de curve met de lactaatmeting werd bepaald. Na
dat punt zal de opgenomen zuurstof
die door de machine wordt geregistreerd nog wel een beetje
stijgen, maar zeker niet spectaculair. Op een bepaald moment
gaat de sporter hyperventileren, zeer snel ademhalen. Op dat
moment is de test bijna ten einde en zal de sporter de test
moeten afbreken. Tijdens deze vorm van hyperventilatie
verbruiken de spieren van de sporter zeer veel zuurstof. De
waarde die hierbij wordt aangegeven is het maximale
zuurstofopnamevermogen, de VO2max.
Dat allemaal als je een test in een
laboratorium opstelling doet. In ons geval doen we eigenlijk
hetzelfde maar zonder masker en zonder lactaat (want
lactaat is positief niet negatief). Maar we kunnen aan de
hand van het vermogen en de hartslagen (gewicht) al deze
gegevens voor u bepalen.
De VO2max
bij een ongetrainde sporter ligt tussen de 40 en de 50ml/min/kg.
Bij een goed getrainde sporter zal deze boven de 60ml/min/kg
liggen en de supertalenten kunnen waarden bereiken van ruim
boven de 80ml/min/kg. Het is belangrijk om ook bij de VO2max
de waarde te herleiden tot een waarde die uitgedrukt wordt per
kg lichaamsgewicht om de prestaties van een zware en een lichte
sporter onderling te kunnen vergelijken.

Bovenstaande grafiek geeft het verband weer tussen de hartslag
en het zuurstofopnamevermogen. Bij een stijgende inspanning
stijgt de hoeveelheid zuurstof die wordt opgenomen evenredig met
de stijging van de hartslag en wattage. Op een bepaald punt
echter stijgt de rechte niet meer gelijkmatig, maar hij buigt
af. De hoeveelheid zuurstof die wordt opgenomen door de spieren
stijgt nog, maar minder snel dan voorheen. Dit punt komt overeen
met het Anaeroob Threshold.
|
|
|