Stapsport your personal Coach
   HOME   
   ABOUT STAPSPORT   
   TRAINING   
   COACHING   
   NIEUWS   
   YOUR COACH   
   TESTEN   
   PERS / PUBLICATIES   
   CONTACT   







Wat is trainen?
Trainings Principes
  - Fysiologie 
  - Lactaat 
  - VO2MAX 
  - Periodisering 
   -Overtraining 
Trainings-doel
Sport Disciplines
Voeding
   
   
 
 
 
 
 
VO2MAX

VO2max is de maximale hoeveelheid zuurstof die door een sporter wordt verbruikt gedurende één minuut op zeeniveau. Het zuurstofverbruik heeft een rechtlijnig verband met het energieverbruik. Dit wil zeggen dat wanneer het zuurstofverbruik wordt gemeten, er onrechtstreeks ook de maximale capaciteit van een sporter om aërobische inspanningen te leveren wordt gemeten. 95% van de inspanningen van een duursporter bestaat uit een aërobe inspanning. Hoe hoger de VO2max, hoe meer aanleg of talent een sporter heeft als duursporter.

Waardoor wordt de VO2max beïnvloed?

Elke cel verbruikt zuurstof om voedsel (koolhydraten, vetten) om te zetten in ATP en zo in energie. Spiercellen die worden samengetrokken vragen heel veel ATP. Die spiercellen eisen dan ook heel veel zuurstof tijdens de inspanning. Hoe sneller de spieren moeten samentrekken, hoe groter de zuurstoftoevoer naar die spieren wordt. Die spiervezels zijn afhankelijk van twee zaken om de zuurstof te kunnen opnemen en om te zetten in energie: ten eerste moet een sporter over een zeer goed cardiovasculair systeem bezitten (= we moeten een goede pomp hebben die het bloed krachtig en constant naar de spieren kan brengen) en de zuurstofopnamecapaciteit van de spieren moet zeer goed ontwikkeld zijn. De zuurstofopnamecapaciteit wordt bepaald door de rijkheid aan mitochondriën in de spieren.

Verschillende experimenten zijn tot de vaststelling gekomen dat de VO2max niet gelimiteerd wordt door het zuurstofverbruik, maar door de zuurstoftoevoer. De mogelijkheid van de spieren om zuurstof te verbruiken is groter dan de mogelijkheid van het hart om zuurstof aan de spieren te leveren. Een gemiddelde man heeft tussen de 30 en de 35kg spieren, maar slechts een deel kan op een bepaald moment doorbloed worden. Het hart kan nietén alle spieren voorzien van bloed én de bloeddruk onderhouden. Er is bewezen dat de spieren na training tot 300% meer zuurstof kunnen opnemen, maar de VO2max van een sporter wordt helemaal niet zo extreem verhoogd door trainingsaanpassing.
Er is wel een lineair verband tussen het slagvolume van het hart (= de hoeveelheid bloed die het hart per hartslag kan doorsturen) en de VO2max. Hoe groter het slagvolume, hoe meer zuurstof er kan geleverd worden en hoe groter de maximale zuurstofopname van de spieren dan ook kan zijn. Het hart past zich aan een training. Zo zal ook het slagvolume bij duursporters na training sterk toenemen waardoor ook de VO2max toeneemt.
Eigenlijk is het logisch dat het maximale zuurstofopnamevermogen beperkt wordt door de zuurstoftoevoer. Zuurstof dat niet geleverd wordt aan de spieren, kan door die spieren natuurlijk ook niet gebruikt worden!

Verband tussen zuurstofopnamevermogen en anaërobe drempel.

Om de aanleg of talent van een sporter te kennen, is het van belang dat de VO2max wordt gemeten. Tijdens een inspanningstest krijgt de sporter een mondstuk en wordt de neusademhaling geblokkeerd. Het mondstuk staat in verbinding met een machine die de ingeademde en de uitgeademde lucht registreert gedurende de ganse inspanningstest. In het begin van de test moeten de spieren nog maar weinig inspanning leveren en zal de nood aan zuurstof laag zijn. Er wordt dan ook weinig zuurstof uit het bloed onttrokken. Wanneer de belasting echter zwaarder wordt, moeten de spieren ook sneller samentrekken waardoor de nood aan zuurstof danig wordt verhoogd.
De zuurstofopname geeft op een grafiek een lineair verband aan met de belasting. D.w.z. dat de grafiek die bekomen wordt na de berekening door de computer gelijkmatig stijgt zoals een rechte. Op een bepaald punt zal echter de toename aan wattage niet meer leiden tot een gelijkmatige toename in zuurstofopname. De grafiek geeft een duidelijke buiging weer. De hartslag bij het punt waar die buiging zich voordoet komt overeen met de anaërobe drempel die op de curve met de lactaatmeting werd bepaald. Na dat punt zal de opgenomen  zuurstof die door de machine wordt geregistreerd nog wel een beetje stijgen, maar zeker niet spectaculair. Op een bepaald moment gaat de sporter hyperventileren, zeer snel ademhalen. Op dat moment is de test bijna ten einde en zal de sporter de test moeten afbreken. Tijdens deze vorm van hyperventilatie verbruiken de spieren van de sporter zeer veel zuurstof. De waarde die hierbij wordt aangegeven is het maximale zuurstofopnamevermogen, de VO2max.

Dat allemaal als je een test in een laboratorium opstelling doet. In ons geval doen we eigenlijk hetzelfde maar zonder masker en zonder lactaat (want lactaat is positief niet negatief). Maar we kunnen aan de hand van het vermogen en de hartslagen (gewicht) al deze gegevens voor u bepalen.

De VO2max bij een ongetrainde sporter ligt tussen de 40 en de 50ml/min/kg. Bij een goed getrainde sporter zal deze boven de 60ml/min/kg liggen en de supertalenten kunnen waarden bereiken van ruim boven de 80ml/min/kg.
Het is belangrijk om ook bij de VO2max de waarde te herleiden tot een waarde die uitgedrukt wordt per kg lichaamsgewicht om de prestaties van een zware en een lichte sporter onderling te kunnen vergelijken.

 

Bovenstaande grafiek geeft het verband weer tussen de hartslag en het zuurstofopnamevermogen. Bij een stijgende inspanning stijgt de hoeveelheid zuurstof die wordt opgenomen evenredig met de stijging van de hartslag en wattage. Op een bepaald punt echter stijgt de rechte niet meer gelijkmatig, maar hij buigt af. De hoeveelheid zuurstof die wordt opgenomen door de spieren stijgt nog, maar minder snel dan voorheen. Dit punt komt overeen met het Anaeroob Threshold.


  TOP    
Home | About Stapsport | Training | Coaching | Nieuws | Your Coach | Testen | Lezingen / Trainingen | Pers / Publicaties | Contact Us
Copyright © 2010 [Stapsport.com]