|
Basisprincipes
training
Als je aan Trainers of Coaches
vraagt wat je moet doen om je doelen te halen dan is
vaak het antwoord: trainen, trainen én nog eens trainen.
Het klinkt wat flauw maar het merendeel van de tijd van
een sportman of -vrouw gaat zitten in alleen maar
trainen. Naar er zijn nog meer "pijlers" die van belang
zijn, maar het begint toch allemaal met trainen. In de
topsport is het een soort regel dat je minimaal 10.000
uur in je sport moet steken, voordat je de absolute top
bereikt. Gelukkig hoef je niet zo lang te wachten op je
eerste resultaten, maar het is toch wel nuttig om eens
stil te staan bij de basisprincipes van training.
Homeostase en supercompensatie
Individualiteit
Overload
Specificiteit
Reversibiliteit
Continuïteit
Verminderde meeropbrengts
Progressiviteit
Variatie
Cyclische organisatie
Homeostase en
supercompensatie
Een principe dat in de
trainingsleer wordt gebruikt is dat het menselijk
lichaam zich verzet tegen verstoring van de zgn.
homeostase. Onder homeostase wordt bedoeld: 'de neiging
van een organisme tot handhaving van een inwendig
evenwicht'. De mens kan alleen maar goed functioneren
als allerlei zaken heel nauwkeurig worden geregeld. Een
voorbeeld is de lichaamstemperatuur. Deze moet constant
37 graden Celsius blijven om normaal te kunnen leven.
Bij stijging of daling van de omgevingstemperatuur komt
het lichaam in verzet om ervoor te zorgen dat de
lichaamstemperatuur niet of nauwelijks verandert.
Door middel van training wordt het lijf als het ware
gepest. De temperatuur loopt op, spieren verzuren, er
wordt veel koolzuurgas (CO2) geproduceerd, etc. Wanneer
dat gebeurt zal na herstel het lichaam zich gaan
instellen op deze verstoringen. Dit instellen of
aanpassen zijn eigenlijk de trainingseffecten. Het
verschijnsel dat het prestatievermogen na volledig
herstel van een trainingsbelasting tijdelijk op een
hoger niveau komt te liggen wordt supercompensatie
genoemd. Daaruit kun en moet je concluderen dat de
allerbelangrijkste regel bij training - RUST is. Je
wordt beter tijdens je rust niet tijdens je training. Je
kunt ook alleen maar beter - sneller etc worden als je
daar voldoende rust tegen over zet!
Supercompensatie.
Na een
training zal het prestatievermogen gedaald zijn vanwege
o.a. de vermoeidheid en schade in de spieren. Tijdens de
herstelperiode na de training wordt deze schade weer
hersteld, en zal het prestatievermogen weer gaan
stijgen. Het prestatievermogen stijgt zelfs iets verder
door dan het oorspronkelijke niveau van voor de
training, zodat het lichaam iets beter is bestand tegen
de volgende keer dat het aan een inspanning wordt
blootgesteld. Dit effect wordt supercompensatie genoemd.
Veronderstelt wordt dat de periode tussen de training en
het herstel (de supercompensatie) ongeveer 2 dagen
duurt. Het effect van een training wordt dus pas op een
later moment bereikt! Dit is natuurlijk sterk
afhankelijk van de soort training (prikkel) en de
getraindheid van de sporter.

In de trainingsleer wordt onderscheid gemaakt in
biologische wetmatigheden of basisprincipes die
hieronder toegelicht worden.
Individualiteit
Ieder mens is verschillend (behalve eeneiige
tweelingen) en ieder individu moet je daarom ook als een
uniek biologisch systeem beschouwen. Dezelfde
trainingsprikkel werkt voor de een toch iets anders als
voor een ander. De realiteit leert dat wat de voor de
een werk voor een ander niet per se hoeft te werken. De
een heeft veel omvang nodig en een ander heeft veel
intensiteit nodig. Terwijl een derde bij zoveel
intensiteit geblesseerd raakt. Veel zo niet alles heeft
te maken met de aanleg van de persoon. er makkelijke en
moeilijke groeiers zijn, en de laatste groep (ook wel
'hardgainers' genoemd) is veruit in de meerderheid.
Kopieer dus niet zomaar de training van de kampioenen of
van mensen met een andere lichaamsbouw en
trainingservaring.

Overload
Het overloadprincipe (overbelasting) bestaat op
zijn beurt weer uit 3 trainingsprincipes:
1.
Het principe van de werkzame
belastingsprikkel: om een trainingseffect in het lichaam
tot stand te brengen moet de intensiteit van de
belasting een bepaalde drempel overschrijden. Omdat het
lichaam zich na een bepaalde periode aanpast aan de
trainingsbelasting, moet het lichaam steeds zwaarder
belast worden om een trainingseffect te verkrijgen.
Regelmatig de trainingsbelasting verzwaren zorgt dus
voor een optimale trainingsprikkel.
2.
Het principe van de verminderde
meeropbrengst: hoe lager je beginniveau, hoe groter het
mogelijke
trainingseffect. In het begin zal het trainingseffect
spectaculair zijn, maar naarmate het prestatieniveau
toeneemt wordt de winst steeds kleiner. Er zal dan
steeds harder en langer getraind moeten worden om nog
een effect te krijgen, omdat alles systemen al voor de
maximale capaciteit benut worden.
3.
Individualiteitsprincipe: ieder individu
reageert anders op een trainingsprikkel. Er moet
rekening worden gehouden met persoonlijke eigenschappen
van een persoon (bv. leeftijd, aanleg, psychische
eigenschappen).

Specificiteit
De training moet specifiek zijn "Je verbetert
datgene wat je traint". Het lichaam past zich aan naar
de aard van de belasting, waarbij de grootste
veranderingen in het lichaam plaats vinden in die
organen en celstructuren die de trainingsprikkel hebben
ondergaan. Ook de bewegingsuitvoering (snelheid van
beweging) is hierbij van belang. Daarom moet een
trainingsprikkel specifiek gericht zijn op de doelen van
de atleet en de prestatie.
Als je
altijd op dezelfde manier traint, altijd hetzelfde
rondje - zelfde snelheid dan is dat niet specifiek. Als
je een goede wielrenner wilt worden ga je ook niet elke
dag zwemmen! Nee je wordt goed in datgene wat je
doet........ fietsen, lopen, zwemmen, roeien, schaatsen
etc. Train specifiek maar met veel variatie om tot goede
prestaties te komen... Een prikkel is pas een prikkel
als het lichaam het herkent als een prikkel! Kent het
lichaam deze prikkel al dan is het niet langer een
prikkel! En zal men op zoek moeten gaan naar een nieuwe
prikkel. De prikkel van vandaag is niet meer de prikkel
van morgen

Reversibiliteit
Reversibiliteit of omkeerbaarheid!
Eigenlijk is dit een droevig verhaal.... stop je met
trainen dan verliest het lichaam als snel wat het met
bloed, zweet en trainen opgebouwd heeft! Wat je niet
onderhoud gaat achteruit. 'Use it or lose it'.
Als je stopt of onvoldoende trainingsprikkels geeft
(zie
supercompensatie)
dan zullen de trainingseffecten achteruit gaan. Dit is
goed te merken na een blessure of een luie vakantie.
Maar trainingseffecten die na lang trainen zijn
verkregen, verdwijnen minder snel dan effecten die snel
zijn verkregen. Daarom kiezen we voor de weg van de
geleidelijkheid! Wel lijkt er een zeker 'spiergeheugen'
te bestaan, die maakt dat we na een ‘time off‘ van
bijvoorbeeld een paar maanden bij hervatting van de
training betrekkelijk snel op een bepaald niveau terug
kunnen komen.

Afgeleide principes Naast de basisprincipes
bestaat er een aantal afgeleide principes ook wel
toepassingsprincipes genoemd. Hieronder worden ze kort
aangestipt.
Continuïteit
Om te voorkomen dat je
prestatieniveau terugvalt dienen alle belangrijke
componenten regelmatig bijgehouden of zelfs verbeterd te
worden. Stelregel daarbij is dat je minimaal 3 keer per
week moet trainen om vooruitgang te boeken. Met deze
drie keer val je net binnen de supercompensatie curve.
Maar wil je meer bereiken dan zul je vaker moeten
trainen en beter moeten
plannen/periodiseren.

Verminderde meeropbrengst In het
begin neemt het trainingseffect snel toe. Naarmate je
beter wordt zal het steeds moeilijker zijn om in
hetzelfde tempo jezelf te verbeteren. Je moet heel veel
trainen om zelfs nog maar kleine stapjes vooruit te
komen. Echte toppers trainen enorm veel alleen maar om
hun topniveau vast te houden.Na
de supercompensatie komt de wet van de verminderde
meeropbrengst. Dat wil zeggen dat naarmate de
trainingstoestand beter wordt en het lichaam zich beter
aanpast, het s teeds
moeilijker wordt om een trainingsprikkel te geven die
nog leidt tot supercompensatie. Er dient dus steeds
effectiever getraind te worden (Train smart not hard).
De trainingsprikkel moet dus geleidelijk worden
verhoogd. Je kunt dat doen door de duur, frequentie of
intensiteit te verhogen. Dit noemen wij progressieve
overload. Personen met minder dan drie jaar
trainingservaring moeten eerst hun basis verbreden door
veel duurtraining te doen op een rustig niveau met een
lage hartslag. Ook de frequentie kan verhoogd worden en
als laatste pas de intensiteit. Het verhogen van de
omvang moet men in kleine stappen van 5 tot 10% per jaar
doen. Dit om overtraining of blessures te voorkomen en
het aanpassingsproces te optimaliseren.

Progressiviteit
Als de trainingsprikkel steeds hetzelfde is zal
je eerst wat vooruit gaan maar daarna blijf je op een
gelijk niveau. Kortom, de belasting dient geleidelijk
(progressief) opgeschroefd te worden. We kennen allemaal
wel de verhalen van die buurman die begon met hardlopen
en 3 keer per week een rondje van 5km liep! Telkens
wilde deze zijn tijd op die 5km verbeteren. In het begin
gaat dat zeker wel maar na verloop van tijd gaat zijn
"conditie" niet meer vooruit - zelfs achteruit en/of
krijg blessures. Progressief wil hier dus niet zeggen
elke training hard of harder! Rustig kan ook, of langer.
Train volgens een plan - een schema.

Variatie
'Verandering van spijs doet eten'. Dit principe
heeft betrekking op verschillende aspecten. Allereerst
moet er variatie zijn in omvang en intensiteit van je
training. Zware en lichte dagen moeten elkaar
afwisselen. Ook dient de aandacht afwisselend gelegd te
worden op verschillende prestatierelevante
eigenschappen. Niet alleen uit fysiologisch oogpunt is
afwisseling belangrijk maar vooral uit psychologisch
oogpunt.
De
training kan ontleed worden in verschillende
deelaspecten di
-
frequentie van de training (F)
-
intensiteit (I) van de training
-
tijdsduur (T) per training (of trainingsonderdeel)
-
type training (T)
Door
combinatie van de verschillende deelaspecten kunnen
diverse parameters berekend worden, bv. het wekelijkse
volume.

Cyclische organisatie
Continuïteit en variatie zijn
enigszins in strijd met elkaar en vragen om een
compromis. Het compromis bestaat uit het cyclisch
organiseren van het trainingsproces: het in blokken van
meerdere weken afwisselend belasten van de verschillende
prestatierelevante eigenschappen (variatie), waarbij
ervoor gezorgd wordt dat iedere eigenschap regelmatig
aan bod komt (continuïteit).
|