Stapsport your personal Coach
   HOME   
   ABOUT STAPSPORT   
   TRAINING   
   COACHING   
   NIEUWS   
   YOUR COACH   
   TESTEN   
   PERS / PUBLICATIES   
   CONTACT   







Wat is trainen?
Trainings Principes
  - Fysiologie 
  - Lactaat 
  - VO2MAX 
  - Periodisering 
   -Overtraining 
Trainings-doel
Sport Disciplines
Voeding
   
   
 
 
 
 
 
LACTAAT

Lactaat, melkzuur, heeft een slechte reputatie bij sporters omdat dit meestal aanzien wordt als dè boosdoener als het op spierpijn bij intensievere inspanning aankomt, als rechtstreekse oorzaak tot het beperken van de prestatie ook.
Atleten geven melkzuur de schuld voor alle kwalen, maar spiervermoeidheid wordt veroorzaakt door meerdere factoren, waarvan er vele nog niet of slecht gekend zijn. Meestal hebben deze niets te maken met de tijdelijke ophoping van lactaat; dat lactaatgehalte kan misschien een indicatie zijn om de intensiteit van de inspanning na te gaan, maar is zeker niet de enige verklaring voor vermoeidheidsverschijnselen. Uit wetenschappelijk onderzoek is trouwens al sinds meer dan tien jaar bekend dat lactaat geen afvalstof is - nog zo’n misvatting - maar juist een belangrijke factor bij energieproductie omdat het ook wordt omgezet in glucose. Er bestaat niet één vorm van spieruitputting maar er zijn diverse vormen. De spiervermoeidheid bij een sprinter over 200 meter is niet dezelfde als deze bij een marathonloper na pakweg 40 km. Zo wordt soms zware vermoeidheid vastgesteld terwijl het lactaatgehalte binnen het bloed toch vrij laag blijft. Afhankelijk van de omstandigheden heb je soms toestanden van zware vermoeidheid zonder verzuring en toestanden van lichte vermoeidheid met verzuring.
Het is een misvatting om ervan uit te gaan dat atleten die minder lactaat produceren beter zijn dan deze die meer produceren. Productie van lactaat reflecteert de intensiteit van de inspanning en het is dus een pluspunt als een sporter zo hoog mogelijk kan “verzuren”. Zo is bevonden dat het bloedlactaat (dat ongeveer 1 millimol per liter bedraagt in rust – 1 mmol/l) oploopt tot 18 mmol/l na 1km met stilstaande start bij een middelmatig pisterenner en tot 23 mmol/l bij de absolute toppers in die discipline !

PRAKTISCH
Er is nog een misverstand dat al sinds decennia standhoudt, namelijk dat men een wedstrijd moet starten met een zo laag mogelijke lactaatspiegel. Onderzoek heeft duidelijk naar voor gebracht dat het veel beter is via een intensieve inspanning op te warmen zodanig dat al een stijging van het lactaatgehalte in het bloed heeft plaatsgevonden. Toppers die een tijdrit moeten afwerken en veldrijders stellen daarom terecht dat men bij de start reeds heel goed in het zweet moet zitten.

EEN BEETJE UITLEG
ATP (adenosinetrifosfaat) is de stof die na afbraak de nodige energie levert voor alle lichamelijke processen – vooral voor de spierwerking. Maar ATP is beperkt aanwezig en moet daarom permanent weer worden aangemaakt. Eén van de manieren waarop dat gebeurt is via het afbreken van glucose; glucose wordt daarbij omgezet in pyruvaat als tussenproduct. Dit proces heet glycolyse en hierbij is geen zuurstof (vanuit de longen) nodig – waardoor er sprake is van anaërobe energielevering. Maar als pyruvaat zonder hulp van zuurstof afgebroken wordt is er vorming van lactaat.

De zuurtegraad (pH) binnen een cel wordt bepaald door de concentratie aan waterstofionen (H+); hoe hoger die concentratie hoe hoger de zuurtegraad. Verzuring ontstaat als er meer waterstofionen in de spiercel vrijkomen dan dat er uit verdwijnen. Zowel bij de afbraak van ATP als bij de glycolyse komen waterstofionen vrij en deze worden ook deels opnieuw gebruikt voor aërobe energievoorziening (met zuurstof dus). Bovendien is voor de anaërobe afbraak van pyruvaat eveneens een waterstofion nodig. In rust en bij matige inspanning houden deze processen van productie en verbruik elkaar in evenwicht. Bij intensieve inspanning kan aërobe energievoorziening alleen echter niet volgen en moet de glycolyse (anaërobe energielevering) mee op volle toeren draaien. Er ontstaat dus veel pyruvaat en er komen bijgevolg ook veel waterstofionen vrij die zich opstapelen in de spiercel. Het metabolisme kan dit - deze verzuring - in zekere mate tegenhouden via diverse buffers die waterstofionen neutraliseren MAAR hier speelt ook lactaat een belangrijke rol. Vorming van lactaat uit pyruvaat kost immers waterstofionen en daarbij gaan, samen met lactaat uit de spiercel naar de bloedbaan, ook nog eens waterstofionen mee. Dus lactaat neutraliseert in belangrijke mate waterstofionen. Daarom stellen moderne fysiologen dat lactaat geen verzuring veroorzaakt maar integendeel het verzuringproces afremt. Dat is natuurlijk in tegenspraak met alle vroegere theorieën en ook nu nog hebben diverse insiders een verkeerd en voorbijgestreefd idee omtrent de rol van melkzuur. Maar : uiteindelijk is en blijft het wel correct dat bij hoge verzuring ook veel lactaat aanwezig is.

CONCRETER
Vanuit biochemisch standpunt bekeken bestaat er dus geen verband tussen lactaatproductie en verzuring binnen de spiercel. Maar onrechtstreeks wel ! Bij zware inspanningen moeten er veel waterstofionen gebufferd worden en zal er dus ook veel lactaat zijn. Deze moderne visie heeft echter als gevolg dat onderzoekspraktijken en interpretaties van lactaatmetingen op een andere manier gaan bekeken worden. Tegen hoge lactaatwaarden wordt anders aangekeken dan pakweg een aantal jaren terug.
Ook de theorieën omtrent de overslagpols, de “anaërobe drempel” worden vandaag in vraag gesteld. Vooreerst is er al stijging van de lactaatspiegel vanaf het moment dat de spier begint te werken. Bij een progressieve toename van de inspanningsintensiteit zal het lactaat toenemen, zodanig dat men zelfs een mooie stijgende curve kan tekenen die dat visualiseert. Maar omzeggens alle fysiologen stellen nu dat de fameuze “knik” in die curve, die op een bepaald moment bij hoge inspanningsintensiteit duidelijk merkbaar zou moeten zijn, niet echt bestaat. Die “knik” betekent – nog altijd volgens diverse trainers – precies het punt waar volop wordt overgegaan naar anaërobe energielevering en zou dus moeten overeenstemmen met de anaërobe drempel. Deze drempelwaarde verliest aan interesse, al is het dank zij de bepaling ervan dat nog heel wat labo’s geld binnenrijven !
Dat neemt niet weg dat de concentratie aan lactaat belangrijk is. Men kan er zich van bedienen om er de evolutie van de trainingstoestand mee in te schatten. De concentratie aan lactaat moet afnemen bij een bepaalde inspanningsintensiteit; zo kan je permanent gaan vergelijken welke concentratie bijvoorbeeld overeenstemt met een inspanning bij een hartfrequentie van 150 en dat geeft een goed beeld omtrent de efficiëntie van de trainingen.

Maar moderne fysiologen stellen dat dit allemaal niets te maken heeft met de “anaërobe drempel”. Trouwens : de intensiteit waarmee men kan sporten neemt af naargelang men langer bezig is. Ruw gesteld kan een inspanning op 100% van het VO²Max zowat 7 minuten worden volgehouden – op 90% is dat ongeveer een half uur en op 80% loopt dat tot ruim tweeëneenhalf uur. Hoe staat het dan met die drempel na 50 km wedstrijd – na 100 km – na 150 km ? Om hun bewering dat de “anaërobe drempel” die in het labo wordt vastgesteld, geen goede uitgangsbasis is kracht bij te zetten, halen bepaalde fysiologen o.m. het voorbeeld aan van topwielrenners bij een tijdrit. De renners rijden daar meestal gedurende langere tijd boven hun theoretische overslag – wat dus niet mogelijk zou zijn volgens de gangbare regels. Aan de universiteit van San Diego werd een test uitgevoerd met 13 eliterenners (vrouwelijke). Op eenzelfde parcours reden zij gedurende 20 km afzonderlijk precies op of net onder hun overslagpols met lactaatwaarden rond de 4 mmol/l. Toen zij op dezelfde omloop een echte wedstrijd reden bleven zij vrij lang boven hun zogeheten anaërobe drempel en haalden lactaatwaarden die gedurende relatief lange tijd opliepen tot boven de 8 mmol/l.
Blijkbaar is men op het vlak van de sportfysiologie nog niet aan het eind. Impliceert dit dat men binnen afzienbare tijd bijvoorbeeld tijdritten over middellange afstand rijdt aan 60 i.p.v. aan 50 km per uur ? Het zou kunnen, want vergelijk maar eens de prestaties van een superatleet zoals Eddy Merckx van een aantal decennia geleden met deze van vandaag. En het zal wel niet allemaal te maken hebben met beter fietsmateriaal …

 
  TOP    
Home | About Stapsport | Training | Coaching | Nieuws | Your Coach | Testen | Lezingen / Trainingen | Pers / Publicaties | Contact Us
Copyright © 2010 [Stapsport.com]