
Frank Senders

"Het wordt alleen maar
leuker"
Trainer/coach (en triatleet) Frank Senders is een
man van de praktijk: alle trainingsschema’s voor
zijn sporters probeert hij eerst zelf uit. Op de
website van Tacx deelt hij zijn kennis met een
fanatieke schare aanhangers.
Toen Frank Senders eerder dit jaar een training
op de website van Tacx plaatste die wat aan de zware
kant was, kreeg hij pas echt inzicht in het bereik
van zijn adviezen. Hij ontving honderden e-mails van
bezorgde Tacx-gebruikers, verspreid over de hele
wereld. Of hij dit wel zo had bedoeld?
Sinds de intrede van de Tacx-trainers is er,
letterlijk en figuurlijk, een wereld voor hem
opengegaan. In zijn jonge jaren als triatleet moest
Senders zich nog behelpen met de rollenbank. ,,Daar
kon ik twintig of dertig minuten op zitten en dan
had ik het gehad. Ik vond er niks aan.’’De
Tacx-trainers verdrijven de verveling. ,,Met het
afwerken van een trainingsprogramma ben je zo
anderhalf uur bezig. Daar is niets saais aan.
Iedereen vindt buiten fietsen het leukst, maar een
echte training kun je beter binnen doen dan buiten.
Als jij je wilt voorbereiden op een tijdrit van
veertig kilometer over een heuvel, dan moet je eerst
een heuvel zien te vinden in de buurt. Bovendien is
er buiten altijd wel iets dat je uit je ritme
brengt. Op de Tacx heb je daar geen last van.’’Uit
de respons op zijn trainingen maakt Senders op dat
er cultuurverschillen bestaan tussen de
verschillende werelddelen. ,,Amerikanen maakt het
niet uit of ze nu twee of drie uur op de Tacx moeten
zitten. Als jij het zegt, dan doen ze dat. In Europa
zijn ze eigenwijzer.’’
Senders, een groot bewonderaar van Lance
Armstrong, maakte met een verfrissende eigen kijk
zijn intrede in de sport. ,,Mijn grote voordeel was
dat ik niet uit de eigenlijke wielerwereld kwam. Ik
kwam van de triatlon, waar fietsen mijn sterkste
kant was. Als trainer had ik daarom een nuchtere
kijk op het wielrennen.’’Die sloeg aan - en doet dat
nog steeds. Senders begeleidt over het algemeen
vijftig tot zestig sporters, onder wie vijf
topsporters. Sommigen heeft hij nog nooit gezien,
omdat ze te ver weg wonen; dan is Senders hun online
coach. Hun vertrouwen in hem is echter onbegrensd.
Senders: ,,De meeste beslissingen nemen we samen,
maar soms moeten er knopen doorgehakt worden. Dat
doet de trainer.’’De technologische ontwikkelingen
hebben het werk van de trainer niet alleen
vereenvoudigd, maar ook sterk verbeterd. ,,Ik ben
begonnen met het versturen van schema’s via de
post’’, vertelt Senders. ,,Nu sturen sporters me ’s
avonds via de gsm vanuit Spanje hun hartslaggegevens
van de dag. Dat is toch ideaal?’’
Zelf blijft hij zich inzetten voor de
voortdurende ontwikkeling van de Tacx-trainers. Zo
test hij al jaren nieuwe versies van de apparaten.
,,Ik test de techniek en de software en dat doe ik
heel uitvoerig. Ik ga all the way, tot zowel Tacx
als ik tevreden is. Tacx heeft een grote voorsprong
op de rest, maar er kan nog zo veel meer. Het wordt
alleen maar leuker.’’
Train gevarieerd
Frank Senders: "Een training verstoort je hele
lichaam, dus na de training heb je rust nodig om het
lichaam die verstoring te laten goedmaken. We worden
niet sterker van het trainen, maar van de rust erna;
het principe van de supercompensatie. Vergeet je
echter die rust te nemen, dan verstoor je je lichaam
nog een keer, omdat het nog niet van eerdere
verstoringen is hersteld. Na verloop van tijd begint
het lichaam de trainingsprikkels te herkennen. Dan
komt het er op aan om heel veel variatie in je
trainingen aan te brengen. Variatie voor de benen en
de longen, variatie in snelheid en versnelling,
zelfs variatie voor het zicht. Alleen al het nemen
van een andere weg dan normaal kan effect hebben."
Haal niet in, blijf rechts
rijden
"De beste tip die ik een wielrenner kan geven?"
Frank Senders hoeft er niet lang over na te denken.
"We kunnen lang en breed praten, maar de
belangrijkste training is nog altijd de
duurtraining. Een heel rustige training op een lage
hartslag, met als doel het verhogen van de maximale
zuurstofopname, de VO2-max.’’Hoe eenvoudig het ook
lijkt, lang niet iedereen is daartoe in staat.
Senders: ,,Voor veel fietsers is een gemiddelde
snelheid van 30 kilometer per uur een magisch getal.
‘Ik mag niet onder de 30 komen’, zeggen ze dan. Maar
waarom zou dat niet mogen? Het gaat om de
intensiteit van de training, om de hartslag en het
vermogen, en niet om de snelheid. Neem nu eens een
toerfietser die altijd een rondje van 40 kilometer
afraffelt. Als zo iemand ineens 80 kilometer gaat
fietsen, is hij na 40 kilometer al kapot. Dat komt
omdat hij niet heeft geleerd om rustig te rijden en
dus niet de tijd heeft genomen om zijn motor, het
pompsysteem, te vergroten. Negentig procent van de
toerrijders trapt in deze valkuil. Ze hebben een
hoog vermogen op hun omslagpunt. Dat is niet slim,
want de basis ontbreekt.’’Nog een goede raad voor
fanatieke fietsers: haal niet in. ,,Als jij net in
een interval- of rustperiode zit en je doet er toch
alles aan om degene voor je in te halen, dan is dat
magisch dom. Laat ze toch lekker fietsen! Je moet ze
inhalen tijdens de wedstrijd, niet tijdens de
training."
|
|